Dossieropdracht 8
Vragen m.b.t. proefwerken:
Beide opdrachten (voor docenten en lln.) via een enquête uitgewerkt.
Dit omdat ik op deze manier mijn collega´s gemakkelijker “te pekken” kreeg.
Deze methode beviel me goed dus heb ik hem ook gebruikt voor de lln. vragen.
Ingevuld door de volgende docenten:
Docent Engels, onderbouw en bovenbouw VMBO
Docent Wiskunde, onderbouw HAVO, VWO
Docent Wiskunde en docent LO, onderbouw en bovenbouw VMBO
Mijn eigen mening, docent Wiskunde onderbouw VMBO
- Wil je vak serieus genomen worden door leerlingen dan moet je er als leraar voor zorgen, dat het aantal onvoldoendes voor je vak niet al te klein is.
Mee eens, want de leerlingen moeten wel even weten waar ze aan toe zijn.
Niet mee eens! Wat waren de doelen en zijn ze gehaald?
Lijkt een aardige zwart-wit-stelling, maar toch ook wel weer een redelijk vage stelling. Wat is “niet al te klein”. Uiteraard zal het meestal zo zijn dat in een groep leerlingen niveauverschillen zijn die tot uiting zullen komen in cijfers onder en cijfers boven de zes. Ik denk dat inderdaad er dan ook onvoldoendes zullen zijn. Of dit dan voor elke toets zo moet zijn is dan maar weer de vraag.
Ik ben het eens met de opmerking over de doelen. Deze moeten getoetst worden. Daar moet een cijfer op gebaseerd worden. Soms heb je een hoofdstuk waar het gemiddelde van een klas hoog ligt en een andere keer ligt het gemiddelde lager. Het kan in zo’n geval ook liggen aan het onderwerp. Het ene onderwerp is soms gemakkelijker dan het andere. Ik laat me niet lijden door het aantal onvoldoenden.
- Rapporten en cijfers zijn machtsinstrumenten in handen van docenten.
Het zijn niet perse machtsinstrumenten, dat klinkt erg negatief, maar wel middelen om leerlingen te stimuleren hun te leren.
Is niet de bedoeling, zie stelling over de doelen.
Zo wil ik dat absoluut niet zien. Het kan best voorkomen (erg jammer…) dat een docent misbruik maakt van zijn (monopolie)positie als het gaat om becijfering. Dit is natuurlijk niet de opzet van becijferen.
Zo kun je het gebruiken, zo zou ik het niet willen gebruiken. Niet zo zeer mijn stijl.
- Verbale rapporten geven een beter inzicht in de geleverde prestaties van de leerlingen dan cijfers.
Je hebt wel meer mogelijkheden om observaties mee te nemen over gedrag en houding.
Cijfers zijn al verbaal?
6à voldoende 10àgeweldig!
Mondelinge toelichting is niet verkeerd, een geschreven rapport is een goed idee en niet “vluchtig” zoals een verbaal rapport.
Dit moet dan maar eerst wetenschappelijk aangetoond worden…… Uiteraard werkt een verbale toelichting op een (cijfermatige) beoordeling verhelderend.
In het basisonderwijs heb ik gewerkt met “woordrapporten”. Ouders en kinderen vertaalden deze woorden zelf vaak naar een cijfer. Voor de cognitieve vakken geef ik de voorkeur aan een cijferrapport. Verbale rapportage geeft voor deze vakken weinig extra’s. Bij de beoordeling van sociale vaardigheden kan een verbale rapportage iets toevoegen.
- Cijfers dienen uit sociaal – pedagogisch overwegingen afgeschaft te worden, omdat ze onder de leerlingen een ongezonde competitiegeest scheppen.
Wat mij betreft niet, het geeft een leerling ook duidelijkheid.
Nee, cijfers geven ook duidelijkheid, wat volgens mij behoorlijk pedagogisch is.
Cijfers werken juist heel verhelderend. Een beetje competitiegeest kan er bovendien juist voor zorgen dat leerlingen zich aan elkaar op trekken.
Competitiegeest is m.i. niet ongezond. En ik vraag me af of deze gestimuleerd wordt door cijfers. Eens kijken wat de leerlingen zeggen in de enquête.
- Een leraar die met zijn manier van cijfer geven het prestatiebeeld laat ontstaan van 25% slecht, 50% middelmaat, 25% goed, hanteert het cijfersysteem op de juiste manier.
Daar weet ik niets van, zo werk ik niet.
Zie hiervoor mijn opmerking bij stelling 1 over doelen.
Leuke stelling die eerst maar eens onderbouwd moet worden.
Ben het met mijn collega’s eens.
- De enige reden om cijfers te handhaven is het feit, dat ze gemakkelijk te
administreren en te verwerken zijn.
Dat is niet de enige reden, het geeft ook helderheid en duidelijkheid.
Nee er zijn ook andere redenen.
Dit speelt natuurlijk wel mee. Daarbij willen leerlingen ook graag een cijfer (vergelijk met ander leerlingen of met eerder behaalde resultaten..).
Niet de enige reden. Het geeft de leerling een goed inzicht in eigen kennen en kunnen. Met de helderheid en duidelijkheid van mijn collega Engels ben ik het eens. Ik ben het eens met mijn collega Wiskunde VMBO. Lln. willen ook graag een cijfer als beloning voor hun prestatie. Geeft hen een duidelijk beeld of ze de stof beheersen. Of ze het altijd als vergelijk gebruiken weet ik niet zo zeker.
- Cijfers zijn als motivatie middel onmisbaar.
Ik wil ze graag handhaven als motivatiemiddel.
Nee,
Er moet wel beoordeeld worden. Een ander beoordelingssysteem (competenties o.i.d.) zal misschien ook wel voldoen als motivatiemiddel
Het is hopelijk niet de enige motivatiemiddel, het kan een middel zijn. Ik hoop dat een ,leerling voor sommige vakken ook gemotiveerd is gewoon omdat hij/zij het een leuk en interessant vak vindt. Of competenties hét motivatiemiddel zijn voor een bepaald vakgebied betwijfel ik. Ik denk dat competenties je vormen en dat kan bijdragen tot een gemotiveerde ll.
- Cijfers worden nooit 100% objectief gegeven.
Mee eens. Er zal altijd wel eens iets tussendoor schieten of dat je de leerling in je achterhoofd hebt bij bepaalde opdrachten. Maar het zit wel tegen de 100% aan.
Ja!
Het tot stand komen van een cijfer ligt vaak in de handen van één persoon die zo goed mogelijk een en ander beoordeeld a.d.h.v. correctiemodellen. Dat daar ook (inschattingsfouten) gemaakt worden mag duidelijk zijn.
Ik denk dat deze stelling helaas waar is. Een slecht handschrift, een naam boven aan een toetsblad etc….. Kan een docent beïnvloeden. Toch vind ik dat jij je als docent zo objectief mogelijk moet opstellen. D.m.v. horizontaal nakijken en een duidelijke puntenverdeling moet een docent dit zo goed mogelijk proberen te voorkomen.
- Wie spiekt krijgt een “paal”.
Ja dat is de consequentie van je niet aan de regels houden.
Ja, maar wees niet altijd even “streng”.
Is in elk geval een erg duidelijke afspraak!!
Alleen als je echt waar kunt maken dat deze 1 ook als 1 telt, anders kom je ongeloofwaardig over. In de onderbouw is het denk ik niet nodig. Een goed gesprek over het “waarom” vind ik dan belangrijker. Bij de examens in de bovenbouw is het een regel, dan kun je er niet omheen.
- Je mag een oneigenlijk cijfer geven vanwege het pedagogisch effect dat het kan hebben. (bemoediging, aansporing, straf)
Misschien is dat een keertje nodig omdat de regels niet opgevolgd zijn.
Ja, in de positieve zin ( niet als straf)
Van mij wel. Je moet dit natuurlijk helder kunnen motiveren, ook naar andere leerlingen toe. Ik denk bijv. aan een vak als bewegingsonderwijs. Als je fysiek ernstig beperkt zijn zou het zo kunnen zijn dat je, hoe goed je je best ook doet, nooit een voldoende zou kunnen halen……
Dit vind ik een moeilijke, ik kan me voorstellen dat ik net als de Wiskunde collega HAVO/VWO, een enkele keer in positieve zin een pedagogisch cijfer geef. B.v. bij een zwakke leerling die erg zijn/haar best heeft gedaan.
Het voorbeeld van de Wiskunde collega en LO docent VMBO vind ik een zeer goed voorbeeld van een pedagogisch cijfer. Hier kan ik het allen maar mee eens zijn.
Vragen m.b.t. proefwerken:
De vragen gelden voor alle vakken, niet alleen voor Wiskunde.)
Leerlingen:
Reacties van Klas 2 BB.
Mijn eigen reacties op de antwoorden van de lln.
- Ga je na het behalen van een onvoldoende harder werken of juist niet?
De helft van de lln. reageerde met: ja.
Een kwart met: ik probeer het wel.
De rest was verdeeld over: nee, meestal niet, harder werken ik baal ervan en ik blijf hetzelfde werken.
Met deze antwoorden ben ik tevreden, gelukkig willen deze lln. werken voor een voldoende en de reactie ik probeer het wel geeft denk ik aan dat een ll. die de lesstof moeilijk vind er toch voor gaat.
- Werk je voor een bepaald cijfer of maakt het niet uit? (b.v. Bereken je van te voren wat je moet halen?)
De helft zei: Ik wil altijd een voldoende halen.
Een kwart antwoordde met: nee.
Twee zeiden: ja, twee anderen: maakt me niet uit, en weer twee zeiden: soms.
Één ll. antwoordde dat hij een cijfer berekent.
In klas 2 BB zijn de lln. (nog) niet erg berekenend. Gewoon voor een voldoende gaan is het motto.
- Heb je het idee dat er mensen de BESTE van de klas willen zijn?
Hier antwoordde bijna drie kwart met: nee.
Bijna een kwart met: ja en de rest met: weet ik niet.
De competitie gedachte is hier niet erg bewust aanwezig. Drie kwart heeft waarschijnlijk geen idee wat de andere lln. scoren op een toets. Voor een kwart is het belangrijk of er een BESTE is. Waarschijnlijk doen deze lln. ook zelf mee aan het competitie gedrag.
- Een leerling die altijd hoge cijfers heeft, hoort die erbij of is dat een “uitslover”?
De helft zei: doet gewoon zijn best of heeft gewoon goed geleerd.
Een kwart: hoort erbij.
De rest antwoordde gevarieerd van: wil ik ook wel, weet ik niet, nee of uitslover.
Ik vond deze antwoorden erg positief. (hopen dat het geen sociaal gewenste antwoorden zijn, alhoewel de lln. mochten anoniem reageren) Heel eerlijk vond ik de lln. die antwoorden met: Wil ik ook wel…
- Wordt je door een leraar aangesproken als je een onvoldoende haalt?
Ook hier weer een helft die een unaniem antwoord gaf: nee.
Een kwart zei: ja, één van deze lln. gaf ook aan dat er extra hulp wordt gegeven.
Drie lln. zeiden: soms en twee anderen gaven aan allen bij NE en WI.
Dat de helft niet wordt aangesproken, hoeft niet te betekenen dat het niet gebeurd. Het merendeel van de lln. haalt nooit of bijna nooit een onvoldoende. Hij/ zij zal dus ook niet zo gauw worden aangesproken op slechte cijfers.
- Hoe reageren je ouders op de door jou behaalde cijfers?
Hier de meeste variatie in de antwoorden:
5 lln. Normaal gewoon
3 lln. Ligt aan het cijfer
3 lln. Ik zeg alleen de goede cijfers
3 lln. Ze zeggen dat ik harder moet leren.
3 lln. Meestal goed.
2 lln. We kijken samen op de Nuborgh site naar mijn cijfers.
1 ll. Bij een onvoldoende, helpt mijn vader mij met oefenen.
1 ll. Ze zeggen dat ik het beter kan.
1 ll. Ik laat ze nooit zien
1 ll. Ik krijg huisarrest.
Ik vind hier maar twee echt negatieve antwoorden bij zitten. De ene ll. probeert de reacties van ouders te omzeilen door de cijfers nooit te laten zien. De ander krijgt huisarrest van de ouders bij slechte cijfers. Of deze reactie helpt en of dit de relatie tussen ouders en kind verbetert?? De oplossing van de vader die hulp biedt vind ik dan beter gekozen.
Gelukkig reageert m.i. het grootste deel van de ouders op een reële manier. Jammer vind ik het dat niet meer lln. aangeven dat ze samen met hun ouders de cijfers op de site van de school bekijken. Toch de ouders nog maar eens attenderen op de mogelijkheid en het positieve effect ervan. Als je als ouders dit vanaf het begin van klas 1 doet, maak je cijfers bespreekbaar, je gaat naast je kind staan. Begin je er pas mee als je als ouders het vermoeden hebt dat het niet goed gaat op school, dan wordt het door de ll. meer als controlemiddel gezien.
Ik vond dit een leuke opdracht. Heb inzicht in de visie van collega´s en het heeft me ook inzicht gegeven hoe lln. in een 2de klas omgaan me cijfers. Het is niet afwijkend van wat ik had verwacht, maar het is goed om het eens duidelijk onder ogen te zien hoe het werkelijk zit.